Staatssecretaris Van Bijsterveldt, de nummer vijf op de CDA-lijst, heeft verklaard dat het CDA de voorkeur geeft aan een coalitie met de VDD, D66 en GroenLinks. Van Bijsterveldt noemt de PVV een partij van stilstand en “dat leidt meestal tot achteruitgang”.
Het CDA wil geen partijen uitsluiten. “Maar het is wel heel belangrijk dat er een coalitie komt, die hervormingezind is”, aldus Van Bijsterveldt. Volgens haar zijn de VVD, D66 en GroenLinks, net als het CDA, partijen die pleiten voor onder meer een sterke economie en voor solidariteit.
Ze denkt dat een coalitie met D66 mogelijk is, ondanks de tegengestelde standpunten over de hypotheekrenteaftrek. En de VVD wil wel “desastreuze ingrepen in de zorg”, stelt ze. Maar deze tegenstellingen zijn overbrugbaar.
Aldus verklaarde Van Bijsterveldt ten overstaande van de NOS vandaag:
Een voorzichtig maar desalniettemin duidelijk statement van het CDA. De omschrijving van de PVV is tenminste veelzeggend. In deze fase van de verkiezingsstrijd mag een dergelijk statement op zijn minst opmerkelijk genoemd worden. Zonder uitsluiting van partijen lijkt het CDA in voorzichtige start te maken met het bekennen van kleur. Enigzins te verwachten en in de lijn van mijn vorig artikel Rutte gaat bord Wilders leeg eten. Laat ons zien hoe het spel zich verder ontwikkelt.
Door aan te geven dat een VVD-CDA-PVV-kabinet een uitkomst kunnen zijn na 9 juni heeft VVD-voorman een uiterst slimme tactische zet gedaan op het huidige politieke schaakbord.
Enerzijds ligt het voor de hand dat de beoogde opzet om het bord van de PVV-fractieleider Wilders zoveel als mogelijk leeg te eten hetgeen resulteert zetelwinst voor de VVD en dienovereenkomstig zetelverlies van de PVV een forse kans van slagen heeft. In algemene zin is stemmen op de VDD nog steeds aanzienlijk sociaal-aanvaardbaarder dan een stem op de PVV. Hetgeen niet meer dan een sociaal aanvaardbare vrijbrief is voor vele potentieele PVV-stemmers om te switchen naar de VVD.
Anderzijds minimaliseert deze VVD-actie de uiteindelijke zeteluitkomst met name voor de PVV. Hetgeen er in de praktijk toe kan leiden dat de PVV met een zetelaantal van maximaal vijftien zetels na 9 juni aanstaande weliswaar nog steeds als gedoogsteunpartner kan fungeren, maar met aanzienlijk minder impact.
Het inmiddels alom bekende AOW-embargo van de PVV is en blijft op tafel; de PVV kan het zich niet veroorloven ook haar laatste kroonjuweel op te geven. Niet voor niets wijst Rutte in het voorbijgaan eveneens op het linkse economische profiel van de PVV. ‘Net zo links als de SP.’ In feite houdt Rutte het PVV-publiek een worst voor. De kans op succes is daarbij aanzienlijk.
De vraag rijst daarnaast, of de CDA-stemmer zich gelukkig prijst met de stellingname van Rutte. Weliswaar houdt het CDA bij monde van Balkenende een coalitie met alle partijen open; of de CDA-stemmer zich thuis voelt hierbij is nog maar zeer de vraag.
Het zou zeer wel kunnen dat een en ander aanzienlijke zetelwinst voor de VDD oplevert ten koste van eerstens de PVV en daarnaast ten koste van het CDA. Dit levert weliswaar geen verschuiving op tussen het zogenaamde rechtse blok versus het linkse blok; die strijd lijkt al voor goed beslecht. Wel zou er een verschuiving binnen het rechtse blok in de rede liggen. Met de VVD als winnaar en het CDA en de PVV als verliezers. Waarmee de positie van de VVD andermaal versterkt wordt.
Het bord leeg eten van tenminste de PVV. Naar mijn mening een briljante politieke zet van Rutte. De PVV kan nu slechts lijdelijk toezien; het CDA dient een keuze te maken alle opties open te blijven houden of publiekelijk nuances aan te brengen. Ook voor het CDA staat hiermee veel op het spel.
Het premiersdebat geleid door Frits Wester heeft per saldo weinig nieuws gebracht. Bekende stellingen werden herhaald en de hakken werden nogmaals stevig in het zand gezet. Niet onverwacht. De focus lag immers in eerste instantie op hoe goed of slecht de deelnemende lijsttrekkers Balkenende, Cohen, Rutte en Wilders zich staande wisten te houden in een rechtstreekse en direct uitgezonden confrontatie op de beeldbuis.
Een korte nabeschouwing is niettemin op zijn plaats.
debatleiding
Hoe hoog men Frits Wester ook mag inschatten, mijns inziens had hij zijn avond niet. Met name in het eerste deel van het debat liet hij zaken passeren waar overduidelijk ingegrepen had moeten worden. Met name tijdens de een-op-een debatten waarin Wilders de confrontatie aanging met Cohen liet Wester na in te grijpen daar waar ondanks uitdrukkelijk verzoek om de opponent uit te laten praten Wilders zich alle ruimte toe eigende. Dat valt Wilders uiteraard niet te verwijten. De grenzen worden gezocht tot de scheidsrechter ingrijpt. De scheidsrechter liet het echter afweten. Een manco dat zich gedurende het gehele verdere debat wel vaker voor deed. Dat dit impact had op de kwaliteit van het debat was evident en spijtig.
presentatie
Anders dan de exit poll van de publieke opinie, was naar mijn bescheiden mening Balkenende met grote voorsprong wat presentatie betreft de winnaar van dit debat. De mogelijkheid die hem door de anderen werd geboden om min of meer terzijde op rustige wijze boven de partijen te staan in combinatie met zo nu en dan duidelijk geformuleerde stellingnames leverden een “staatsman” imago op. Deze rol lijkt hem uitstekend te liggen; wellicht beter dan het premierschap zelve. Het voor toendertijd PvdA-voorman Bos versus Balkenende beeld doemde op. Met desastreuze gevolgen voor Bos indertijd.
Als goede tweede mag wat mij betreft Rutte genoemd worden. Losjes en puntig formulerend, ontspannen en met een althans voor mij onverwachte kunst tot debatteren.
Wilders wordt door mij een derde plaats toebedeeld. Hij benutte de hem toebedeelde tijd en ruimte meer dan feitelijk toegestaan, met name in aanvang van het debat. Daarnaast koppelde hij gedrevenheid aan een redelijke mate van ontspanning. Weliswaar beperkt tot het PVV-stokpaardje immigratie en Islam, maar toch. Daar staat tegenover de welbekende verdwijn-truc: weglopen tijdens een een-tweetje met Cohen. Een zwaktebod waarbij mijns inziens Frits Wester had moeten ingrijpen.
Cohen kan ik niet anders dan als minste van de vier aanmerken wat presentatie aangaat. Een “staatsmanschaps-allure” verdraagt zich niet met het overduidelijk laten blijken van ergenis en boosheid. Het feit dat na de faux pas omtrent het niet bekend zijn van feitenmateriaal hij de draad tenminste tijdelijk kwijt was mag evenmin als sterk punt worden aangemerkt. Duidelijk werd eveneens dat Cohen geen passend antwoord had op de fanatieke olifantencharges van Wilders. Cohen heeft zeker premiercapaciteiten mijns inziens. Als debater gaat het hem stukken minder af.
inhoud
Inhoudelijk viel er niet zoveel nieuws te genieten. Oude wijn in oude zakken. Op een summier aantal punten na dan. VVD-voorman Rutte stelde omonwonden vast dat “een stem op de PVV een verloren stem is” vanwege het embargo van de PVV omtrent de verhoging van de WAO-leeftijd. Daarmee zette hij Wilders terecht op zijn plaats. Dit PVV-embargo sluit elke kans op actieve coalitiedeelname volledig uit. Wilders kan slechts hopen op een gedoogsteunrol naar Deens model. Meer zit er feitelijk niet in.
tactiek
Opvallend maar niet onverwacht: alle pijlen werden gericht op Cohen. Gegeven de politieke kleur en standpunten van de overige deelnemers lag dat op voorhand enigszins in de lijn der verwachting. Op een enkele oprisping na vormden zich de contouren van een VVD/CDA-blok. Waarbij Rutte nadrukkelijk viste in de PVV-vijver. Balkenende op zijn beurt lonkte naar vele kanten en wenste primair de “weglopers” van de laatste maand wederom binnen te hengelen. Cohen deed mijns inziens voornamelijk aan damage control. Een rol waarin hij min of meer gedwongen werd dan wel zich in liet dringen.
Als ik de man na het debat een intervieuwtje zie weg geven sterkt dat mij eens temeer in de overtuiging dat hij zich niet moet laten dwingen in het keurslijf van de PvdA spindocters, maar vooral zichzelf dient te blijven. De losse ontspannenheid en het gemak van formuleren tijdens dat interview achteraf versus zijn optreden tijdens het debat vormen een verschil van dag en nacht.
conclusie
Daar is het eigenlijk nog te vroeg voor. Wel mag gesteld worden dat indien dit debat model staat voor hetgeen nog gaat komen, in mijn optiek een coalitie inclusief de PvdA verder weg lijkt dan ooit en een CDA/VDD combine plus (X – PVV) meer en meer tot de mogelijkheden gaat behoren. Nog afgezien van de gedoogsteunvariant van een minderheidscoalitie.
Het staat lijsttrekkers vanzelfsprekend vrij om journalisten al dan niet te woord te staan. De motivering voor een afwijzing kan soms beneden alle peil en zelfs schofferend zijn. Dit ondervond journaliste Monique Wijnen aan den lijve.
Namens het blad Support Magazine interviewde zij lijsttrekkers over standpunten en beleid voor mensen met een lichamelijke beperking. Gehandicapten derhalve. Bij Geert Wilders kwam ze echter van een wel zeer koude kermis thuis. En met haar alle kiesgerechte lichamelijk gehandicapten.
De PVV-voorman liet weten dat lichamelijk gehandicapten “geen interessante doelgroep vormen” tijdens de recente uitzending van Knevel en van den Brink. En weigerde om die reden het interview.
De vraag rijst hoever je kunt gaan in het schofferen en impliciet denigreren. De conclusie kan niet anders luiden dan: verder dan voor mogelijk werd gehouden. Althans naar mijn persoonlijke maatstaven. Het komt niet vaak voor, maar hier ontbreken mij verder alle woorden.
“Het gaat me niet om Geert wilders, het gaat me niet om individu, het gaat me om mijn zoontje die ik het gun om in de toekomst ook nog te kunnen genieten van de PVV als een democratische partij”
Aldus Hero Brinkman in zijn optreden hedenavond bij Knevel en van den Brink waarin hij er voor pleit dat er binnen de partij een jongerenafdeling wordt opgezet.
Opmerkenswaardig is het gegeven dat Brinkman stelde dat het plan los staat van de PVV-campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen, maar wel ondersteund wordt door de ‘Brinkman-campagne’.
Wilders zelf heeft vooraf aan Brinkman te kennen gegeven geen voorstander te zijn van dit initiatief. “Het is zijn goed recht” om daarvoor te strijden, aldus de PVV-voorman.
Saillant is de uitspraak van Brinkman dat een deel van de PVV-fractie achter hem staat. Geheel in het verlengde van de identieke uitspraak welke hij ook al bezigde tijdens zijn vurig pleidooi voor een democratisch gestructureerde PVV zo ongeveer een week geleden. Namen, rugnummers noch aantallen wenste Brinkman te geven.
Opmerkelijk is de openlijke erkenning van Brinkman dat ook deze actie pas sinds zeer recent mogelijk is, te weten vanaf het moment dat zijn politieke voortbestaan als Tweede Kamerlid was veilig gesteld. Uitgaande van de premisse dat de PVV bij de komende verkiezingen tenminste elf zetels haalt vanzelfsprekend.
Dit rechtvaardigt de conclusie dat Brinkman er terdege rekening mee heeft gehouden door Wilders te worden afgedankt mocht hij in een te vroeg stadium met eigen initiatieven naar buiten te zijn getreden. Impliciet wordt hiermede de ernst van de interne strijd binnen de PVV op treffende wijze duidelijk gemaakt.
Nu er voor zowel Brinkman als Wilders geen weg meer terug is mag er met recht gesproken worden van een “Brinkman campagne” welke haaks staat op de “Wilders campagne”. Tenminste tot na de komende verkiezingen houden beiden elkaar in een stevige houdgreep. Daar doet het gegeven dat over en weer bezworen wordt dat het op geen enkele wijze dan ook om een machtsstrijd gaat in het geheel niets aan af.
De Brinkman campagne is overduidelijk gericht op de (zeer) jonge kiezer met een PVV-voorkeur. Die groep vormt bepaald geen kleine vijver; integendeel. In combinatie met de eerdere oproep om vooral voorkeurstemmen op hemzelf uit te brengen lijkt ook deze actie van Brinkman eens temeer een strategische zet om zijn positie zo sterk mogelijk te maken. Gegeven zijn vorig initiatief een logisch vervolg. Met uiteindelijk grote consequenties en gevolgen.
Geert Wilders wordt nu geconfronteerd met lijst 5 sub a. De Brinkman campagne draait op volle toeren. Oppositie uit wel zeer onverwachte hoek.
It would be Mr. Wilders who best represents American ideals and values, and considering that you don’t need a birth certificate to run for American President, I think we ought to run the guy in 2012.
…Zo stelt Pamela Geller zoals moge blijken uit het zeer recent onderstaand filmpje:
Nu de kansen van Wilders om in Nederland het hoogste politieke ambt te gaan bekleden tot een absoluut nulpunt is gedaald, dient zich plotsklaps een aanzienlijk belangrijker alternatief aan: het presidentschap van de Verenigde Staten in 2012. Een ongekende wending met weidse perspectieven, dat moet gezegd.
Nu nog broodnodige steun van AIPAC, David Horowitz, Daniel Pipes en Robert Spencer en het mondiaal bezien hoogste politieke ambt kan als mogelijk alternatief gaan dienen voor Wilders. Omtrent zijn opvolging binnen de PVV lijkt het pleit al beslecht: Hero Brinkman staat al immers al te trappelen van ongeduld.
Onwillekeurig rijst de vraag: is dit de geheime troef die Geert Wilders in de mouw heeft? Was de recente reuring tussen Brinkman en Wilders dan toch een tot in de puntjes geregisseerde show met Amerikaanse ambities van Wilders als achterliggende reden?
Nederland wacht ongetwijfeld met ingehouden adem af….
Hero Brinkman heeft de machtstrijd binnen de PVV gewonnen. De uitstekende georganiseerde persoonlijke actie heeft het beoogde effect gehad. Sussende woorden van PVV-leider Geert Wilders doen daar niets aan af.
Publiceerde ik onlangs over de coup van Brinkman welke door PVV-voorman Geert Wilders werd gesust als “niet chique” maar “bespreekbaar op termijn en toegestaan”, de conclusie kan niet anders zijn dat Hero Brinkman per saldo het pleit in zijn voordeel heeft geslecht.
Daar doet het gegeven dat Brinkman ten overstaande van Peter Middelkoop van depers erkende “heel ontzettend op zijn flikker te hebben gehad” van Geert Wilders niets aan af.
Evident is inmiddels dat de actie van Brinkman wel degelijk een eenmans-actie is geweest en derhalve geen geniaal politiek een-tweetje opgezet binnen de PVV zelve. Derhalve zijn een aantal conclusies gerechtvaardigd:
Machtsfaktor
De machtsverhoudingen binnen de PVV zijn wezenlijk veranderd. Mocht tot zeer recent de PVV als een uniform blok beschouwd worden met Geert Wilders als enige en blindelings gevolgde regisseur, dan is dat beeld publiekelijke bijgesteld. Brinkman (met gevolg binnen de PVV) heeft het aangedurfd zijn politieke leider publiekelijk te passeren. Met succes en zonder verregaande consequenties voor zijn persoon. Een interne reprimande kan niet als consequentie met enige impact worden aangemerkt. Naar buiten toe mag de soevereine alleenheerschappij van Wilders ongebroken lijken; binnenskamers is Brinkman plus interne aanhang een machtsfactor van belang geworden. Een visie die ook tenminste een deel van de buitenwacht onderkent. Een gegeven waar Wilders niet omheen kan.
Democratisering
Brinkman verdient alle lof voor zijn poging democratisering binnen de PVV op de agenda te zetten. Alhoewel ik persoonlijk zeer grote bezwaren heb tegen de boodschap en de vorm welke door de PVV worden uitgedragen kan ik niet anders dan fervent voorstander zijn van democratie en zeker democratie binnen politieke partijen. De PVV is daar geen uitzondering op. Het feit dat Brinkman democratisering binnen de PVV op de agenda heeft gezet impliceert dat hieraan niet meer voorbij kan worden gegaan. Geert Wilders mag dan pogen dit onderwerp zover mogelijk voor zich uit te schuiven; de termijn is vanaf nu eindig. Dit op straffe van verregaande oppositie binnen een smaldeel binnen de PVV onder aanvoering van Brinkman. Ultimo kan oneindig vooruit schuiven leiden tot scheuring van de PVV. Een scenario waar Wilders bepaald niet op zit te wachten.
Kortom: er rest slechts een enkele conclusie. Hero Brinkman heeft de machtstrijd binnen de PVV gewonnen. Niet in de zin van totale machtsovername. Wel in het vormen van een machtsblok van groot belang binnen de PVV. En dat mag met recht een paleisrevolutie genoemd worden.
Binnen de PVV zijn de tekenen van een heuse coup aan het licht getreden. Hero Brinkman passeert oprichter en enig lid Geert Wilders en roept op tot volledige democratisering van de PVV. Dit kan niet anders dan worden uitgelegd als een daadwerkelijke machtstrijd binnen de PVV terwijl de verkiezingscampagne in volle gang is.
Hedenavond werd de coup als volgt verwoord door Hero Brinkman tijdens de uitzending van Pauw & Witteman:
Ter veiligheidstelling van zijn eigen positie binnen de PVV liet Brinkman een en ander gepaard gaan met een dringende oproep om voorkeurstemmen op zijn persoon. Dit brengt Geert Wilders in een bijzonder lastig parket. Enerzijds wordt deze actie van Brinkman (die tevens liet weten dat meerdere fractieleden zijn koers delen) door Wilders ongetwijfeld voldoende geacht om hem uit de PVV-fractie te verwijderen. Deze vorm van muiterij wordt in vrijwel geen enkele partij en al zeker niet door Geert Wilders geaccepteerd. Anderzijds kan Wilders niet (nog) meer LPF-achtige situaties permitteren door Brinkman de deur te wijzen.
Dat de PVV inmiddels meer en meer LPF-trekjes vertoont mag voor iedereen – voorstander dan wel tegenstander – overduidelijk zijn. Het doemscenario dat door Geert Wilders kost wat kost vermeden wenste te worden. De realiteit heeft Wilders echter achterhaald. Temeer daar Brinkman binnen de fractie niet alleen blijkt te staan.
In algemene zin ligt het voor de hand dat afgezien van komende ontwikkelingen binnen de PVV en de electorale gevolgen daarvan, de PVV als mogelijke coalitiepartner zich heeft gediskwalificeerd ten overstaande van alle overige partijen. Het LPF-scenario is wat regeringscoalities betreft een jonge erfenis, welke door geen enkele coalitie zal worden gewenst. En terecht. De Nederlandse samenleving heeft geen enkele behoefte en baat bij een herhaling van deze zwarte bladzijde in haar bestaan. Integendeel.
Duidelijk moge zijn, dat een stem voor de deels muitende PVV thans wel de meest ongewisse en slechte keuze is die er te maken valt. Zelfs de meest fervente PVV-aanhanger zou er goed aan doen de stemkeuze te wijzigen. Al was het alleen maar om de stem niet verloren te laten gaan. Geert Wilders is de controle kwijt. Met of zonder handhaving van Hero Brinkman. Daar kan ook de grootste PVV-aanhanger niet meer om heen.
De PVV heeft ons allen weer eens verblijd met een nieuw promotie-spotje. Niets nieuws onder de politieke zon. Reclamespotjes worden door meerdere partijen als medium gebruikt om hun politieke waar te slijten. Zodra echter de inhoud van de reclame aanwijsbaar misleidende en onware informatie bevat, wordt het een ander verhaal. De leugen regeert dan. Zoals evident is in het geval van deze PVV-promo.
Niet verrassend ligt de nadruk in wederom weer eens op de massa-immigratie en alle doemscenario’s welke daaraan verbonden zijn volgens de PVV. Leuk en aardig, maar dan dient de basis van de uitgevente boodschap wel dienen te kloppen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek is wat dat betreft een uitstekende en onpartijdig instituut.
De statistieken van het CBS laten een totaal ander beeld zien. Nog sprekender: CBS. Waarmee de onderbouwing van de PVV-promo volledig onderuit wordt gehaald.
Er resteert derhalve maar een enkele conclusie: de leugen regeert bij de PVV. Zelfs ingeval van preken voor eigen parochie mag het PVV-publiek er op rekenen tenminste door haar eigen club als volwaardig te worden aangezien. Spijtig te constateren dat zelfs dat teveel gevraagd is.
Opgedragen aan de PVV, dit toepasselijke gedicht van de te vroeg overleden dichter Jan Eijkelboom. Zonder nadere interpretatie. Zoals bij elke kunstvorm is deze geheel voorbehouden aan de lezer zelve.
Impasse
Ik liep in een straat
die doodliep,
op het spoor van iemand
die hier gelopen had
maar die nu dood was.
In kieren tussen de keien
groeide fris gras
want doodlopende straten
bieden meer levenskans
dan straten die doorlopen
naar mensen die
nog volop leven.
bron:
J. Eijkelboom – “Wat blijft komt nooit terug”
Uitgeverij De Arbeidspers
ISBN 90 295 15813