Na de val van het zoveelste Kabinet Balkende mag de Nederlandse stemgerechtige bevolking plotsklaps binnen een wel heel korte periode tweemaal haar stem laten weerschallen.
De gemeenteraadsverkiezingen om even warm te draaien. Afgezien van de impact van lokale belangen en de daaraan verbonden lokale partijen, zal ongetwijfeld voor een aanzienlijk deel worden overschaduwd door de aanstormende Tweede Kamer verkiezingen. Een naar mijn beperkte kennis uniek gegeven. Dat met deze situatie lang niet iedereen, een veelheid van politieke partijen incluis, tevreden is moge duidelijk zijn. Dat gezegd: het heeft geen zin om daar meer woorden aan vuil te maken. De situatie is nu eenmaal zoals ze is.
Afgaande op de laatste peilingen in den lande (altijd een gevaarlijke zaak, maar desalniettemin) is het evident voor eenieder dat er een vrijwel onmogelijke status quo zich lijkt voor te doen: de zeer beperkte mogelijkheden aangaande het vormen van een werkzame regeringscoalitie. Ik beloof u langdure (in)formatie-periodes…
Indien de grote tweedeling links versus rechts op de schop wordt genomen, verandert er in principe weinig; de verhouding blijft zoals sinds decennia zo ongeveer 55/45. Binnen deze twee machtsblokken blijkt er wel degelijk sprake te zijn van aanzienlijke verschuivingen. De SP bijvoorbeeld levert nagenoeg al haar laatstelijk verkregen winst weer in. De PVV eet met graagte de ruif aan de rechterzijde leeg, en neemt en passant tevens hier en daar een hap uit het linkse smaldeel.
Per saldo zijn deze grotendeels interne verschuivingen debet aan de thans onstane situatie. Onder het vanzelfsprekende voorbehoud dat de Tweede Kamer verkiezingen inderdaad in de lijn blijken te liggen van de peilingen. In dat geval lijkt op het eerste zicht een coalitie gevormd door CDA, VVD en PVV voor de hand te liggen. Toch: er schuilen te veel adders onder het gras bij nader inzien. De VVD loopt de voorspelbare en grote kans te worden leeg gegeten door de PVV. Het CDA, alhoewel plooibaar als altijd, heeft (te) veel moeite met de wezenlijke standpunten van de PVV en weet dat een aanzienlijk deel van haar achterban dat eveneens heeft. Dat kan op termijn electoraal worden afgestraft.
De PVV tenslotte. Heeft al aangekondigd geen problemen te zien in het doen van aanzienlijke concessies wat speerpunten betreft. Het PVV-publiek wordt nu al als het ware “gemasseerd”: houdt er rekening mee, we gaan veel water bij de wijn doen op die speerpunten die door u zo belangrijk worden gevonden – een kapitale strategische fout mijns inziens.
Alhoewel op die wijze het pluche lonkt, is het maar zeer de vraag of regeringsdeelname thans al daadwerkelijk op de politieke agenda staat. Volgens mijn bescheiden persoonlijke opvatting is dat ultimo niet het geval. Nogmaals een periode van maximaal vier jaren zonder regeringsverantwoordelijkheid biedt aanzienlijk bredere vergezichten op een groeiende achterban. Vanuit die optiek kan de PVV tijdens de eerstkomende formatie op enig moment afhaken onder de noemer “ze moeten ons niet” om vervolgens de daaropvolgende kamerverkiezingen op basis van een gestaag door gegroeide achterban daadwerkelijk en als grootste partij de buit te verzilveren.
Een en ander zal per saldo uitmonden in de momenteel wellicht onbestaanbare coalitie waarin CDA en PvdA plus (D66/VVD?) tot elkaar veroordeeld zullen zijn. Een huwelijk uit verstand, armoede en gebrek aan alternatief geboren.
Velen onder u zullen dit scenario schouderophaled afdoen. Wellicht krijgt u uw gelijk. Indien dit niet het geval zal zijn, wees niet verbaasd of geschokt. En herinner u deze bijdrage.
Paul Wilders